Alle goede doelen die het CBF-keurmerk dragen (ongeveer 300 organisaties) moeten voldoen aan de
Richtlijn Reserves Goede Doelen.
Deze richtlijn is in 2001 opgesteld op initiatief van VFI. De goede doelen zijn zich er zeer van bewust dat gevers verwachten dat zij de geworven middelen snel en efficiënt besteden. De richtlijn geeft aan dat er bij goede doelen geen onbestemde reserves mogen zijn. Reserves mogen worden aangelegd voor dekking van risico’s op korte en lange termijn, w.o. toekomstige doelverplichtingen, voor financiering van de exploitatie (inkomstenbron) en ter financiering van activa voor bedrijfsvoering. Voor het beheer en beleggen van de reserves is instandhouding van de hoofdsom uitgangspunt. Het eventuele beleggingsbeleid moet helder en transparant zijn. Zie ook
Vermogensbeheer.
De controle op de naleving van de richtlijn is geregeld via het CBF-Keurmerk.